Gedragsmodel Powerģ


Succesvol functioneren hangt niet alleen af van kwaliteiten en vaardigheden, maar vooral ook van gedrag. Dat bepaalt iemands effectiviteit en impact in een functie. De beste managers en medewerkers zijn zij die hun stijl van werken breed kunnen invullen en bovendien flexibel zijn in hun rolgedrag. Om te weten of iemand geschikt is voor een bepaalde functie, bepaalde trainingen behoeft, of in een (management)team past, is het belangrijk inzicht te hebben in iemands wijze van optreden en het daarbij vertoonde gedrag.

In het gedragsmodel Powerģ worden acht managementrollen onderscheiden. Van elk van deze rollen wordt onderstaand een korte karakteristiek gegeven.

1. Uitvoeringsgericht

De focus ligt op het realiseren van output en prestaties. Oplossings- en actiegericht optreden. Onder tijdsdruk effectief en snel werken. Jezelf en anderen houden aan afspraken en deadlines. Kwaliteit en service leveren. Druk op de zaak houden. Gemakkelijk en snel beslissingen nemen. Direct ingrijpen als het werk stagneert en er flink tegen aan gaan om de zaak gereed te krijgen.

2. Efficiencygericht

Zakelijk. Doel en resultaatgericht optreden. Systematisch en planmatig werken. Controle houden op de voortgang en zonodig barriŤres opruimen. Doorgaan en volhouden tot het gewenste resultaat is bereikt. Bondige en heldere rapportages (laten) aanleveren. Structuur aanbrengen. IdeeŽn omzetten in een concreet actieplan. Duidelijke beslissingen nemen. Heldere prioriteiten stellen en daaraan bij voorrang werken.

3. Beheersmatig

Inzicht verwerven op basis van gekwantificeerde of gekwalificeerde informatie. Heldere analyses laten opstellen. Doorvragen tot je weet hoe het zit. Plannen en voorstellen onderzoeken op risico's en gevolgen en deze gefundeerd afwegen. Zo nodig tot in detail geÔnformeerd willen zijn over de gang van zaken. Signaleren van fouten, onjuistheden of niet voldoende onderbouwde redeneringen. Voorkomen van ondoordacht handelen.

4. Conditionerend

Werken binnen voorwaarden om een ongestoorde voortgang van het werk te waarborgen. Realiseren van constante kwaliteit binnen vooraf bepaalde kwaliteitsnormen. Bewaken dat zorgvuldig wordt gewerkt binnen voorgeschreven regels, werkmethodes en procedures. Waarnemen en beoordelen van situaties en daar weloverwogen op reageren. Veranderingen geleidelijk aan laten verlopen.

5. Consensusgericht

Mensgericht handelen. Zich verplaatsen in de situatie van anderen. Werken aan draagvlak en consensus voor besluiten. Tijd uittrekken voor anderen. Luisteren en belangstelling tonen. Vertrouwen geven en betrokkenheid tonen. Respectvol optreden. Gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken. Bouwen aan de onderlinge samenwerking.

6. Ontwikkelingsgericht

Koers en richting aangeven. Onderwerpen bekijken vanuit hun context. Uitdragen van nieuwe perspectieven en uitzetten van ontwikkelingslijnen. Denken in nieuwe uitdagingen. Verschillen van inzicht overbruggen. Ruimte bieden aan anderen door op te treden als sparring partner. Feedback geven. CreŽren van betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

7. Vernieuwingsgericht

Oorspronkelijk denken, buiten gebaande paden. Creatief en verbeeldingrijk zijn. Anderen enthousiasmeren voor nieuwe mogelijkheden en oorspronkelijke invallen. Trends herkennen. Je nek uitsteken. Veel ruimte nemen voor het inbrengen van nieuwe ideeŽn en oorspronkelijke gedachten. Anderen in je ideeŽn weten mee te nemen en aan de uitwerking ervan laten meewerken.

8. Ondernemend

Gemakkelijk contacten leggen met de buitenwereld. Representatief en flexibel optreden. Beweeglijk inspelen op zich voordoende situaties. Nieuwe combinaties bedenken en daarover afspraken maken. Gemaakte (klant)afspraken laten nakomen en deze zo nodig als drukmiddel gebruiken om extra inspanningen te laten leveren. Speelruimte geven om goed te kunnen inspelen op de verwachtingen van 'stakeholders'.